Predikanten
Grote Kerk Jeugd Kerkenraad
De Hoogte Diaconie Kerkdiensten Links
Oosterkerk Agenda
Ouderen Nieuwsbrief
Algemeen Pastoraat Diversen
Hoofdpagina Contact Gastenboek Fotoalbum
Direct naar:

>> Ds. A.Jobsen
>> Reisverslag
>> Recencie F. Treur

>> Ds. R. Kamermans
>> Ds. E. van der Linden >> Ds. N. van der Linden
>> Mevr. L.D. Valk-Colijn
PKN website:




Franca Treur, Dorsvloer vol Confetti.

Normaal zet ik me niet aan het schrijven van recensies van romans, maar nu maak ik een uitzondering. Tijdens een vergadering maakte iemand mij attent op het boek van Franca Treur. Het gaat over een jeugd in Meliskerke, in het milieu van de gereformeerde gemeente. Er zijn al vergelijkingen gemaakt met het boek van Jan Siebelink, Knielen op een bed violen en met de boeken over een jeugd waarin de godsdienst dominant aanwezig was van Maarten 't Hart. Persoonlijk werd ik geïnteresseerd in het boek, omdat Meliskerke een Walchers dorp is. Ik ben er in de tijd dat ik predikant in Grijpskerke was twee jaar consulent geweest. Ik herinner me de begraafplaats met opvallend weinig grafstenen: betonnen paaltjes met nummers gaven de meeste graven aan. Invloed vanuit de Gereformeerde Gemeente. Ik herinner me ook de talloze malen dat we met ons jonge gezin door Meliskerke reden op weg naar het strand ten Noorden van Zoutelande, bij 'Het Kustlicht'. Mooie herinneringen.

Franca Treur schrijft een mooi boek over een jeugd in Meliskerke, op een boerderij buiten het dorp. De hoofdpersoon Katelijne maakt deel uit van een gezin van zeven kinderen, van wie zij het enige meisje is. Het kerkelijk milieu is dat van de gereformeerde gemeente uit de vroege jaren '90. Het perspectief is dat van het opgroeiende meisje, van haar lagere schooltijd tot het eerste jaar op het vwo. Een begaafd kind, dat zo veel mogelijk probeert te lezen, maar dat in de ogen van veel moderne leeftijdsgenoten wellicht wereldvreemd blijft. Het hoofdthema is naar mijn idee niet zozeer het milieu van de gereformeerde gemeente, als wel het gebrek aan ervaring van genegenheid en waardering van de kant van haar ouders. Aan de andere kant doet Katelijne veel om die genegenheid te winnen. Soms komt er een glimpje van waardering. Die genegenheid is er wel als ze negen dagen lang vakantie houdt bij familie in Den Haag. In één van de laatste scènes herhaalt zich dit motief op een pijnlijke wijze. Ze 'biedt' zich aan als kind bij een alleenstaande man uit de stad. Het is schrijnend, hoe ze op korte afstand van haar gezin, zo aanklampt bij deze man, die haar met een seksueel getinte opmerking op haar plaats zet. Een ander belangrijk gegeven is de 'vrouwelijke lijn' in dit boek. Er is veel aandacht voor haar moeder, die zich ontplooit in haar tuin, en die ook snakt naar openlijke waardering. Die krijgt ze uiteraard niet, niet passend in de 'theologie' van de gereformeerde gemeente. Dit gebrek aan waardering voor het gewoon menselijke, een arm om je schouder, trots om je prestaties, is in feite het grote manco. Uiteraard reflecteert dit manco het godsbeeld: God ziet alles, ziet elke zonde. Mensen zijn hoogst onzeker over hun zielenstaat, in dit leven en daarna. Een aantal mensen zijn 'bekeerd': als uiterlijk teken daarvan gaan zij, zij het soms bekommerd aan het avondmaal. Haar oma ontleent een zekere status aan haar bekeerde staat. Een sleutelpassage is die waarin de kleindochter en de oma het hebben over de overleden opa. De oma kan de officiële leer in feite niet accepteren: 'Hij had toch altijd veel voor een ander over' gaat de oma verder. 'Maar dat is van de mens uit geredeneerd', corrigeert ze zichzelf. 'Het gaat er maar net om of hij de Heere nodig heeft gehad'. (p. 196vv.). Katelijne 'verzint' dan de bekering van haar opa, enkele dagen voor zijn plotselinge overlijden. Op de terugweg van een bezoek met haar opa in Middelburg krijgt deze het licht van een bekeringservaring. Doordat de opa een mystieke ervaring heeft, gaat hij langzamer rijden, waardoor een botsing op de kruising wordt voorkomen. (De kruising bij Hoogelande!). 'De HEER verlost en spaart'. Die woorden delen de kleindochter en de opa. Deze sleutelpassage bevat het motief van de leugen uit liefde. Ze bedenkt dan: 'De dingen van de Heere zijn heilig, daar vertel je geen leugens over'. 'Ze knakt een blaadje af van de groenroze begonia en scheurt het in reepjes. Elke scheur is er een in haar consciëntie'.

Ik besef heel goed, dat in kringen van de gereformeerde gemeente deze 'leugen uit liefde' wordt veroordeeld. Tegelijkertijd schrijft Franca Treur haar hele boek met compassie. Daardoor wordt het thema van het verlangen naar een liefdevolle omgeving op een integere manier beschreven. Dit verlangen naar een liefdevolle omgeving is een metafoor naar het verlangen naar een liefdevolle God. Zo lees ik het. Franca Treur past inderdaad in de traditie van Jan Siebelink, die zijn boek Knielen op een bed violen ook vanuit compassie heeft geschreven. De vergelijking met Maarten 't Hart gaat mank. Misschien is die aan te wijzen in de komische scènes in dit boek, maar het komische overheerst niet. Ook daar klinkt de compassie in door. Het is geen hard boek.

Bijzonder is het perspectief van de vrouw en van de vrouwelijke auteur afkomstig uit de kringen van de gereformeerde gemeente. Ze is na het vwo Nederlands gaan studeren. Op zich is dat al een trendbreuk met wat er tot voor kort mogelijk was voor kinderen, m.n. meisjes uit de refozuil. Er is een inhaalslag gaande; was het tot voor kort zo, dat meisjes niet veel verder kwamen dan de mavo en begaafde jonge vrouwen de pabo deden, studeren is nu niet langer ongewenst. Wel levert dat de nodige confrontatie op met de traditie. De secularisatie bereikt ook de refozuil...

Aarnoud Jobsen


Copyright: 2007, D. Colijn